1 op 4 leerlingen in de lagere school heeft antistoffen tegen het coronavirus

Gepubliceerd op: 
maandag, 25 oktober 2021
Last updated on 26-10-2021 by Marinka Vangenck

In de periode van 20 september tot 8 oktober 2021 had meer dan 1 op 4 (26,6%) leerlingen van de lagere school antistoffen tegen het coronavirus. Dit is een duidelijke toename sinds de vorige meting in mei — juni 2021, toen 15,4% van de leerlingen antistoffen had. 

Sciensano en KU Leuven volgen sinds vorig schooljaar de aanwezigheid van antistoffen tegen het coronavirus op bij leerlingen en schoolpersoneel in België. De studie wordt dit schooljaar verdergezet bij leerlingen in de lagere school. Aangezien kinderen onder 12 jaar voorlopig nog niet gevaccineerd worden in België, is het belangrijk om de evolutie van de aanwezigheid van antistoffen tegen het coronavirus bij deze groep verder op te volgen.

De 4de meting in de periode september — oktober 2021 toont een duidelijke stijging van het percentage leerlingen met antistoffen. Er zijn ook belangrijke regionale verschillen. In Brussel had 36,1% van de leerlingen antistoffen, terwijl dat beduidend lager lag in Vlaanderen (26,3%) en Wallonië (23,8%). De aanwezigheid van antistoffen bij een relatief groot aantal Brusselse leerlingen is mogelijks het gevolg van een lagere vaccinatiegraad en de hogere viruscirculatie in het Brussels Gewest. Eerder onderzoek in de provincie Limburg toonde aan dat de aanwezigheid van antistoffen bij jonge kinderen het aantal COVID-19-gevallen bij de rest van de lokale bevolking weerspiegelt.

Uit voorlopige cijfers van de vragenlijst die de ouders van de geteste leerlingen invulden blijkt dat 7,7% van de leerlingen al een bevestigde COVID-19-infectie heeft doorgemaakt sinds het begin van de pandemie en 3,3% sinds de vorige meting in mei — juni 2021. Niemand van de leerlingen werd al gehospitaliseerd wegens COVID-19.

Nog steeds hoge viruscirculatie

We concluderen dat het aantal leerlingen met antistoffen tegen het coronavirus in de lagere school sterk is toegenomen tussen het 3de testmoment, de periode tussen eind mei en begin juni 2021, en het 4de testmoment in september — oktober 2021. Dit wijst op een hoge circulatie van het coronavirus, ook buiten de school aangezien deze periode grotendeels overlapt met de zomervakantie.

Tussen het 1ste testmoment rond de jaarwisseling en het 3de testmoment eind mei-begin juni 2021 nam het aantal lagere schoolleerlingen met antistoffen slechts beperkt toe van 11,0% tot 15,4%. Opvallend is ook de hogere aanwezigheid van antistoffen in Brussel. De cijfers in Vlaanderen en Wallonië zijn daarentegen erg vergelijkbaar, zoals dat ook geldt voor het aantal recente COVID-19-gevallen. Beide regio’s hebben eveneens een vaccinatiegraad van meer dan 80% bij de 18-plussers.

Uit onze studieresultaten lijkt dat vaccinatie belangrijk is om de viruscirculatie te doen dalen. Vaccinatie blijft ook de beste bescherming tegen een ernstig ziekteverloop”, aldus Sciensano-onderzoekster Els Duysburgh.

Het is echter belangrijk om te benadrukken dat kinderen die in aanraking komen met het coronavirus zelden zwaar ziek worden. Ook in deze studie rapporteerde geen van de deelnemende kinderen gehospitaliseerd te zijn omwille van een COVID-19-infectie.

Dezelfde groep lagere schoolleerlingen wordt opnieuw getest op de aanwezigheid van antistoffen tegen het coronavirus in december 2021.

Lees het rapport met de resultaten van het vierde testmoment.

Je kan ook het rapport van het eerste, tweede en derde testmoment online raadplegen.

Gezondheidsonderwerpen: 
contactpersoon: 

QR code

QR code for this page URL