Beschrijving van de test
Testbeschrijving
Identificatie (eerste stap)
Na de kweek op een agarbodem wordt een MALDI-TOF massaspectrometrieanalyse uitgevoerd. Het resultaat van deze eerste analyse wordt onmiddellijk gerapporteerd. Afhankelijk van de aard van het micro-organisme is dit een identificatie tot op genus- of soortniveau.
RAPD DNA-typering
Stammen worden getypeerd met behulp van de RAPD-techniek om snel te kunnen beoordelen of er overeenkomsten bestaan met eerdere isolaten van dezelfde soort van dezelfde patiënt.
Antibioticagevoeligheidstesten
Microdilutietesten worden gebruikt om de gevoeligheid van het isolaat tegenover bruikbare antibiotica te bepalen, afhankelijk van de soort: temocilline, piperacilline, piperacilline/tazobactam, aztreonam, ceftazidime, ceftazidime/avibactam, ceftolozane/tazobactam, cefiderocol, meropenem, ciprofloxacine, levofloxacine, tobramycine, amikacine, tigecycline, eravacycline, trimethoprim/sulfamethoxazol en colistine. Antibiotica waartegen een natuurlijke resistentie vertoond wordt, worden als resistent gerapporteerd zonder dat er tests zijn uitgevoerd.
De interpretatie van de gevoeligheid voor antibiotica gebeurt met PK/PD-gegevens voor Pseudomonas spp. Kritische waarden van EUCAST of CLSI worden gebruikt om een interpretatie soms aan voorbehoud te onderwerpen.
Doel van de test
Het doel van deze test is om snel en voorlopig inactieve Gram-negatieve bacillen te identificeren. Antibioticagevoeligheidstesten kunnen helpen bij de keuze van de juiste antibioticatherapie. Er dient vermeld te worden dat er weinig richtlijnen bestaan voor de klinische interpretatie van de gevoeligheid van deze bacteriën en dat de resultaten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden.
Criteria om deze test uit te voeren als onderdeel van de referentieactiviteiten
- Patiënten met mucoviscidose: laboratoria worden gevraagd om twee respiratoire isolaten per patiënt per jaar en per bacteriesoort naar het NRC te verwijzen.
- Andere patiënten: alleen met een goed gedocumenteerde motivatie (uitbraak, specifieke klinische presentatie, enz.).
Staalname
Specimen
Bacteriële isolaten uit culturen van luchtwegsecreties van patiënten met mucoviscidose of van relevante stalen van andere patiënten.
Behoud
Geen aanvraag
Transport
Isolaten worden zonder koeling naar het NRC getransporteerd. Het materiaal wordt niet door het NRC geleverd en het verwijzende laboratorium gebruikt eigen materiaal (buisjes met voedingsbodem of Petri schaaltjes) voor transport volgens de UN3373-norm.
Onaanvaardbare aanvragen
Indicaties
- Isolaten zonder klinische relevantie
- Isolaten van Pseudomonas aeruginosa of Acinetobacter spp.
- Omgevingsisolaten (tenzij er een speciale overeenkomst is voor uitzonderlijke omstandigheden, zoals bij het bestuderen van een uitbraak).
- Isolaten die niet vergezeld gaan van een ingevuld formulier.
- Meer dan twee isolaten per soort en per patiënt per kalenderjaar.
Staalname
Het NRC accepteert geen primaire klinische monsters.
Turnaround time.
- Voorlopige identificatie: 2 werkdagen. Een eerste MALDI-TOF MS-analyse is doorgaans mogelijk na incubatie overnacht. De uitslag wordt dan de dag na ontvangst van de stam bekendgemaakt.
- Antibioticagevoeligheid: 5 dagen
- RAPD: 14 dagen
Rapportering van testresultaten
- Via de post
- Via Medibridge voor de laboratoria en voorschrijvers die een aansluiting met het UZ Brussel hebben
