SRLV-BEL - Analyse van de prevalentie, genetische variatie en cross-species transmissie van lentivirussen van kleine herkauwers (SRLV: Maedi-Visna, CAEV) in België met oog op optimalisatie van de diagnostiek en ondersteuning van het beleid inzake het vrijwillige SRL

Last updated on 21-3-2019 by Sébastien Daems

Projectonderzoekers van Sciensano

Partners

Eva Van Mael
Christian Quinet

In het kort

Lentivirussen van kleine herkauwers veroorzaken economische verliezen in de Belgische schapen- en geitenpopulatie. Zij hebben ook een negatieve impact op het dierenwelzijn. Met dit project willen wij een beter inzicht krijgen in de aanwezigheid van deze virussen in de Belgische populatie van kleine herkauwers en hoe ze van het ene dier op het andere overgedragen worden. Wij zullen eveneens de diagnostische testen optimaliseren en kennis verzamelen over de efficiëntie waarmee deze virussen tussen schapen en geiten worden verspreid via rechtstreeks contact. De geoptimaliseerde testen en verworven kennis moeten op termijn bijdragen om de aanwezigheid van deze virussen in België te verminderen.

Projectsamenvatting

Maedi-Visna virus (MVV) en Caprine arthritis en encefalitis virus (CAEV) zijn de prototypes van een groep virussen die schapen en geiten infecteren en sinds kort gegroepeerd worden als lentivirussen van kleine herkauwers (small ruminant lentiviruses, SRLV). Deze virussen worden gekenmerkt door een grote genetische variabiliteit en het induceren van een trage en variabele humorale immuunrespons. Beide aspecten bemoeilijken een correcte diagnostiek van deze virussen. Infectie van schapen en geiten met deze virussen leidt tot economische verliezen (gewichtsverlies, lagere melkproductie) en bovendien veroorzaakt de trage progressieve inflammatoire aandoening symptomen als mastitis, longontsteking en arthritis welke een belangrijke impact hebben op het dierenwelzijn van geïnfecteerde dieren.

Ondanks het feit dat geweten is dat SRLV aanwezig zijn in de Belgische schapen- en geitenpopulatie zijn er geen gegevens over hun prevalentie beschikbaar. Daarom zal in eerste instantie nagegaan worden in welke mate deze virussen aanwezig zijn in de Belgische populatie. Vervolgens zal nagegaan worden welke stammen in België circuleren (SRLV worden momenteel ingedeeld in 5 genotypes). Dit is van belang om een onderbouwde keuze te kunnen maken bij de selectie van diagnostische testen die gebruikt worden voor de opsporing van virus-specifieke antistoffen  via ELISA en immunodiffusie enerzijds en viraal genetisch materiaal via PCR anderzijds. Daarnaast zullen verschillende commercieel beschikbare ELISA en immunodiffusie testen met elkaar vergeleken worden zodat in de toekomst de meest geschikte testen voor de Belgische situatie kunnen geselecteerd worden. Bovendien zal de toegevoegde waarde van een PCR diagnostiek onderzocht worden. Ten slotte zal onderzocht worden hoe efficient genotype A stammen (MVV-like) en genotype B stammen (CAEV-like) via direct contact overgedragen worden tussen enerzijds schapen en anderzijds geiten onderling, en of er ook cross-species transmissie van deze virussen van schapen naar geiten en vise versa optreedt. Dit zal enerzijds interessante informatie opleveren voor de organisatie van de staalname op bedrijven die deelnemen aan het vrijwillige certificeringsprogramma en waar zowel schapen als geiten aanwezig zijn. Anderzijds zal het ook toelaten om het risico op virustransmissie in te schatten tijdens prijskampen waar zowel schapen als geiten tentoongesteld worden.

Geassocieerde gezondheidsonderwerpen

QR code

QR code for this page URL