Sciensano volgt de epidemiologie van iGAS-infecties in België op en draagt gegevens bij aan internationale wetenschappelijke studies.
Invasieve Groep A streptokokkeninfectie
Invasieve Groep A streptokokkeninfectie
Groep A streptokokken (GAS) zijn bacteriën die vaak bij gezonde mensen voorkomen. Meestal veroorzaken ze geen of slechts milde ziektes. Zelden kunnen ze echter ernstige, zogenaamd “invasieve” infecties veroorzaken.
Wat zijn invasieve infecties met groep A streptokokken?
Streptokokken van groep A (GAS), of Streptococcus pyogenes, komen vaak voor in de neus, keel of op de huid van gezonde personen. Vooral bij jonge kinderen zijn ze ook vaak de oorzaak van milde, oppervlakkige ziektebeelden zoals keelontsteking (‘angina’), roodvonk (‘scarlatina’) of krentenbaard (‘impetigo’).
Soms kunnen GAS ook doordringen in delen van het lichaam waar normaal gezien geen bacteriën voorkomen, zoals diep in de spieren of in het hersenvocht. We spreken dan van ‘invasieve infecties’. Voorbeelden van invasieve infecties veroorzaakt door GAS (iGAS) zijn bloedvergiftiging (sepsis), kraambedkoorts (infectie van de baarmoeder na de bevalling, puerperale koorts), of hersenvliesontsteking (meningitis). De meest ernstige vormen van iGAS zijn toxische shock (streptococcal toxic shock syndrome, STSS) of snel afstervend weefsel (necrotiserende fasciitis, NF). Bij NF spreekt men in de volksmond ook wel van ‘de vleesetende bacterie’.
Risicofactoren
Een samenspel tussen de gastheer/patiënt, bacterie en wijze van besmetting bepaalt of iemand (ernstig) ziek wordt bij besmetting met GAS of niet.
Sommige bacteriestammen zijn gevaarlijker dan anderen, omdat ze bijvoorbeeld meer toxines produceren. Ook intense blootstelling aan een patiënt met iGAS, zoals bv. bij een zieke huisgenoot, verhoogt het risico om zelf iGAS te ontwikkelen. Wonden (zoals na een operatie of bij een windpokken-infectie) vormen een mogelijke ingangspoort voor de bacteriën. Ook na een bevalling zijn vrouwen extra kwetsbaar voor een iGAS-infectie. Ten slotte zien we iGAS-infecties vaker bij personen met een verminderde weerstand, erg jonge kinderen of ouderen vanaf 65 jaar.
Overdracht
GAS worden vooral overgedragen via besmette speekseldruppeltjes. Door hoesten, niezen en praten komen kleine druppeltjes met de bacterie in de lucht die door anderen kunnen worden ingeademd. Ook direct contact met etter of wondvloeistoffen is besmettelijk. Besmette druppeltjes kunnen ook terechtkomen op bv. speelgoed of eetgerei en zo anderen besmetten.
Preventie
Heel veel gezonde personen, vooral kinderen, zijn drager van GAS. Het is dus moeilijk om besmetting te voorkomen en er bestaat geen vaccin tegen ernstige ziekte. Wel is het belangrijk om algemeen voor een goede hygiëne te zorgen (regelmatig handen wassen, papieren zakdoek gebruiken bij niezen…) en zeker wonden correct te verzorgen en schoon te houden. In sommige gevallen kan, in samenspraak met de gewestelijke dienst infectiepreventie, preventief antibiotica gegeven worden aan huisgenoten van personen met iGAS.
Behandeling
iGAS zijn ernstige infecties waarbij meestal een opname in het ziekenhuis noodzakelijk is. Er zal steeds een behandeling met antibiotica opgestart worden, maar er kunnen ook bijkomende behandelingen nodig zijn of operaties om het geïnfecteerde weefsel weg te halen.
Meldingsplicht
Het is belangrijk (en verplicht) gevallen van iGAS te melden aan de plaatselijke diensten voor infectiepreventie, zodat gepaste maatregelen genomen kunnen worden. De exacte gevalsdefinities en modaliteiten voor melding zijn verschillend in het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest, Vlaanderen en Wallonië.