Last updated on 8-7-2025 by Thérésa Lebacq
BELANGRIJKSTE RESULTATEN
Vrouwen hebben een hogere bijdrage van vet aan de energie-inname (37 En%) dan mannen (36 En%)
De vetinname (als percentage van de energie-inname) is het hoogst bij adolescenten (10-17 jaar) en volwassenen (18-64 jaar)
Een hoog percentage (62%) van de bevolking overschrijdt de hoge referentiewaarde voor vet. Dit percentage is hoger bij vrouwen (67%) dan bij mannen (57%)
De vetinname (als percentage van de energie-inname) en het percentage van de bevolking dat de hoge referentiewaarde overschrijdt, zijn beide gestegen tussen 2014-2015 en 2022-2023
Vlees en plantaardige alternatieven (19%), melk, melkproducten en plantaardige alternatieven (18%) en vetten en oliën (17%) dragen het meeste bij aan de vetinname
Volgens leeftijd en geslacht
Gemiddelde totale vet inname (g/dag) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens leeftijd en geslacht, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) omvatten geen personen die in zorginstellingen verblijven, personen die in het ziekenhuis liggen of personen die aanzienlijke hulp nodig zouden gehad hebben tijdens de interviews (bv. mensen met cognitieve beperkingen).
- De gemiddelde inname van vet in de totale bevolking is 74 g/dag.
- Over het algemeen hebben mannen een hogere vetinname (81 g/dag) dan vrouwen (67 g/dag), en dit verschil is te zien in alle leeftijdsgroepen.
- Op basis van het gecombineerde gemiddelde voor vrouwen en mannen hebben adolescenten (10-17 jaar) en volwassenen van 18-64 jaar de hoogste vetinname (respectievelijk 75 g/dag en 78 g/dag), gevolgd door volwassenen van 65 jaar en ouder (69 g/dag) en kinderen (3-9 jaar; 62 g/dag).
Gemiddelde totale vet inname (En%) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens leeftijd en geslacht, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname dat afkomstig is van vet in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse vetinname (g) te vermenigvuldigen met 9 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
- Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) omvatten geen personen die in zorginstellingen verblijven, personen die in het ziekenhuis liggen of personen die aanzienlijke hulp nodig zouden gehad hebben tijdens de interviews (bv. mensen met cognitieve beperkingen).
- Wanneer rekening wordt gehouden met de dagelijkse energie-inname, is de gemiddelde inname van vet 37 En%.
- In tegenstelling tot de absolute vetinname is de bijdrage van vet aan de energie-inname hoger bij vrouwen (37 En%) dan bij mannen (36 En%). Dit verschil is echter alleen uitgesproken bij volwassenen van 65 jaar en ouder, waar vrouwen een vetinname hebben van 37 En% vergeleken met 35 En% voor mannen.
- Op basis van het gecombineerde gemiddelde voor vrouwen en mannen is de vetinname het hoogst bij adolescenten (10-17 jaar; 36 En%) en volwassenen (18-64 jaar; 37 En%).
Percentage van de bevolking van 3 jaar en ouder met een totale vetinname (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens leeftijd en geslacht, België: 2022-2023
A. Percentage onder de lage referentiewaarde
- Slechts een klein percentage (0.3%) van de bevolking heeft een vetinname onder de lage referentiewaarde, met het hoogste percentage bij kinderen tussen 3 en 9 jaar (2%).
B. Percentage boven de hoge referentiewaarde
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage van de bevolking onder de lage referentiewaarde (<20 En%, of <35 En% voor 3-jarigen) en boven de hoge referentiewaarde (>35 En%, of >40 En% voor 3-jarigen) werd berekend.
- Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) omvatten geen personen die in zorginstellingen verblijven, personen die in het ziekenhuis liggen of personen die aanzienlijke hulp nodig zouden gehad hebben tijdens de interviews (bv. mensen met cognitieve beperkingen).
- Daarentegen overschrijdt een groot percentage (62%) van de bevolking de hoge referentiewaarde. Meer vrouwen (67%) dan mannen (57%) hebben een inname boven de hoge referentiewaarde. Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen, behalve voor de kinderen van 3 — 9 jaar.
- Bij het combineren van gegevens voor mannen en vrouwen overschrijden adolescenten (10-17 jaar; 61%) en volwassenen (18-64 jaar; 67%) de hoge referentiewaarde het vaakst, vergeleken met kinderen (3-9 jaar; 50%) en volwassenen van 65 jaar en ouder (57%).
- Samenvattend heeft 37% van de bevolking een vetinname binnen de referentiewaarden. Dit percentage is hoger bij mannen (42%) dan bij vrouwen (32%).
Volgens opleidingsniveau
Gemiddelde totale vet inname (g/dag) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens opleidingsniveau, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Het opleidingsniveau wordt berekend op het niveau van het huishouden door rekening te houden met het hoogste diploma behaald door: (i) de respondenten of hun partner voor volwassenen (van 18 jaar en ouder), of (ii) de vader en moeder (of verzorger, indien van toepassing) voor kinderen en adolescenten (van 3 tot 17 jaar). Gemakshalve verwijzen we echter naar het opleidingsniveau van individuen in plaats van naar het opleidingsniveau van hun huishoudens.
- Er is geen verschil in vetinname (in g/dag) volgens opleidingsniveau.
Gemiddelde totale vet inname (En%) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens opleidingsniveau, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname dat afkomstig is van vet in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse vetinname (g) te vermenigvuldigen met 9 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
- Het opleidingsniveau wordt berekend op het niveau van het huishouden door rekening te houden met het hoogste diploma behaald door: (i) de respondenten of hun partner voor volwassenen (van 18 jaar en ouder), of (ii) de vader en moeder (of verzorger, indien van toepassing) voor kinderen en adolescenten (van 3 tot 17 jaar). Gemakshalve verwijzen we echter naar het opleidingsniveau van individuen in plaats van naar het opleidingsniveau van hun huishoudens.
- Er is geen verschil in de bijdrage van vet aan de energie-inname volgens opleidingsniveau.
Percentage van de bevolking van 3 jaar en ouder met een totale vetinname (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens opleidingsniveau, België: 2022-2023
A. Percentage onder de lage referentiewaarde
- Meer personen met een hoog opleidingsniveau (0,5%) dan personen met een laag opleidingsniveau (0,1%) hebben een vetinname onder de lage referentiewaarde.
B. Percentage boven de hoge referentiewaarde
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage van de bevolking onder de lage referentiewaarde (<20 En%, of <35 En% voor 3-jarigen) en boven de hoge referentiewaarde (>35 En%, of >40 En% voor 3-jarigen) werd berekend.
- Het opleidingsniveau wordt berekend op het niveau van het huishouden door rekening te houden met het hoogste diploma behaald door: (i) de respondenten of hun partner voor volwassenen (van 18 jaar en ouder), of (ii) de vader en moeder (of verzorger, indien van toepassing) voor kinderen en adolescenten (van 3 tot 17 jaar). Gemakshalve verwijzen we echter naar het opleidingsniveau van individuen in plaats van naar het opleidingsniveau van hun huishoudens.
- Er is geen verschil op basis van opleidingsniveau in het percentage van de bevolking dat de hoge referentiewaarde overschrijdt.
- Over het geheel genomen is er geen verschil op basis van opleidingsniveau in het percentage personen met een vetinname binnen de referentiewaarden.
Volgens regio
Gemiddelde totale vet inname (g/dag) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens regio, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Brussel is uitgesloten van de regionale vergelijking vanwege een onvoldoende aantal deelnemers, maar is wel opgenomen in de nationale gegevens van België.
- Er is geen verschil in vetinname (in g/dag) volgens regio.
Gemiddelde totale vet inname (En%) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens regio, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname dat afkomstig is van vet in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse vetinname (g) te vermenigvuldigen met 9 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
- Brussel is uitgesloten van de regionale vergelijking vanwege een onvoldoende aantal deelnemers, maar is wel opgenomen in de nationale gegevens van België.
- De bijdrage van vet aan de energie-inname is hoger in Wallonië (37 En%) dan in Vlaanderen (36 En%).
Percentage van de bevolking van 3 jaar en ouder met een totale vetinname (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens regio, België: 2022-2023
A. Percentage onder de lage referentiewaarde
- Er is geen verschil in het percentage van de bevolking van Vlaanderen vergeleken met Wallonië (beide 0,3%) dat een vetinname heeft onder de lage referentiewaarde.
B. Percentage boven de hoge referentiewaarde
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage van de bevolking onder de lage referentiewaarde (<20 En%, of <35 En% voor 3-jarigen) en boven de hoge referentiewaarde (>35 En%, of >40 En% voor 3-jarigen) werd berekend.
- Brussel is uitgesloten van de regionale vergelijking vanwege een onvoldoende aantal deelnemers, maar is wel opgenomen in de nationale gegevens van België.
- In Vlaanderen echter overschrijdt 58% van de bevolking de hoge referentiewaarde, wat lager is dan het percentage in Wallonië, waar 65% de hoge referentiewaarde overschrijdt.
- Over het geheel genomen heeft een hoger percentage van de bevolking in Vlaanderen (41%) een vetinname binnen de referentiewaarden dan in Wallonië (35%).
Volgens jaar
Gemiddelde totale vet inname (g/dag) in de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens jaar, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Volwassenen van 65 jaar en ouder werden niet opgenomen omdat zij geen deel uitmaakten van de doelpopulatie van het onderzoek van 2014-2015.
- De vetinname veranderde niet van 2014-2015 tot 2022-2023 in de bevolking van 3 tot 64 jaar.
Gemiddelde totale vet inname (En%) in de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens jaar, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname dat afkomstig is van vet in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse vetinname (g) te vermenigvuldigen met 9 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
- Volwassenen van 65 jaar en ouder werden niet opgenomen omdat zij geen deel uitmaakten van de doelpopulatie van het onderzoek van 2014-2015.
- De bijdrage van vet aan de energie-inname steeg van 35 En% in 2014-2015 naar 37 En% in 2022-2023 in de leeftijd van 3-64 jaar.
Percentage van de bevolking van 3 tot 64 jaar en ouder met een totale vetinname (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens jaar, België: 2022-2023
A. Percentage onder de lage referentiewaarde
- Het percentage van de bevolking in de leeftijd van 3-64 jaar met een vetinname onder de lage referentiewaarde is gedaald van 0,9% in 2014-2015 naar 0,3% in 2022-2023.
B. Percentage boven de hoge referentiewaarde
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage van de bevolking onder de lage referentiewaarde (<20 En%, of <35 En% voor 3-jarigen) en boven de hoge referentiewaarde (>35 En%, of >40 En% voor 3-jarigen) werd berekend.
- Volwassenen van 65 jaar en ouder werden niet opgenomen omdat zij geen deel uitmaakten van de doelpopulatie van het onderzoek van 2014-2015.
- In 2014-2015 overschreed 47% van de bevolking de hoge referentiewaarde, wat steeg tot 64% in 2022-2023.
- Concluderend kan worden gesteld dat het percentage van de bevolking in de leeftijd van 3-64 jaar met een vetinname binnen de referentiewaarden daalde van 52% in 2014-2015 naar 36% in 2022-2023.
De bijdrage van voedingsmiddelen aan de totale vetinname
De bijdrage van voedingsmiddelen aan de totale vetinname, in de totale bevolking van 3 jaar en ouder, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Vlees en plantaardige alternatieven (19%), melk, melkproducten en plantaardige alternatieven (18%) en vetten en oliën (17%) dragen het meeste bij aan de vetinname. Ze worden gevolgd door gebak en koekjes (11%) en sauzen, kruiden en specerijen (9%).
Gelieve naar deze pagina te verwijzen als: Sciensano. Macronutrienten: Totaal vet, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/macronutrienten/totaal-vet
