Meervoudig onverzadigde vetzuren

Last updated on 10-7-2025 by Thérésa Lebacq

Waarom bestuderen we de inname van meervoudig onverzadigde vetten?

  • Alle vetten zijn een combinatie van verzadigde en onverzadigde vetzuren. Onverzadigde vetten kunnen verder worden onderverdeeld in enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetten. Vetten die over het algemeen rijk zijn aan onverzadigde vetten blijven zacht of vloeibaar bij kamertemperatuur (bijvoorbeeld plantaardige oliën, met uitzondering van palm- en kokosolie). Onverzadigde vetten ondersteunen de gezondheid van het hart door het cholesterolgehalte te verbeteren (d.w.z. het LDL (‘slechte’) cholesterol te verlagen terwijl het HDL (‘goed’) cholesterol behouden blijft), terwijl ze een rol spelen bij het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten en het verbeteren van de insulinegevoeligheid. Meervoudig onverzadigde vetten worden onderverdeeld in omega-3 en omega-6 vetzuren. Ze leveren alfa-linoleenzuur (ALA), een omega-3 vetzuur, en linolzuur (LA), een omega-6 vetzuur. Beide zijn essentieel, omdat het lichaam ze niet zelf kan aanmaken, waardoor inname via de voeding noodzakelijk is.
  • Meervoudig onverzadigde vetten komen voornamelijk voor in plantaardige voedingsmiddelen zoals plantaardige oliën, noten en zaden, margarine en bak- en braadvetten, maar ook in dierlijke voedingsmiddelen zoals vis en schaal- en schelpdieren, eieren of zelfs vleesproducten.
  • Aangezien onverzadigde vetten worden aanbevolen als een gezonde bron van vet binnen een evenwichtige voeding, wordt aanbevolen (Nordic Nutrition Recommendations) om enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetten te kiezen ter vervanging van verzadigde vetzuren.

 

Hoe bestuderen we het?

  • De gebruikelijke inname van meervoudig onverzadigde vetten werd geanalyseerd met het SPADE®-programma. De gedetailleerde methodologie is hier te vinden.
  • De gebruikelijke inname van meervoudig onverzadigde vetten wordt uitgedrukt als percentage van de energie-inname (En%). Door de inname van meervoudig onverzadigde vetten uit te drukken als een percentage van de energie-inname, is het mogelijk om groepen met verschillende energiebehoeften — zoals mannen en vrouwen, of kinderen en volwassenen — met elkaar te vergelijken.
  • Om inzicht te krijgen in het percentage van de bevolking met een voldoende, overmatige of onvoldoende inname van meervoudig onverzadigde vetten, werd de innameverdeling van meervoudig onverzadigde vetten geëvalueerd ten opzichte van de referentiewaarde van 5-10 En%, zoals vastgesteld in de Nordic Nutrition Recommendations.   

BELANGRIJKSTE RESULTATEN

De totale bijdrage van meervoudig onverzadigde vetten aan de energie-inname bedraagt 6 En%
74% van de bevolking heeft een inname van meervoudig onverzadigde vetten binnen de referentiewaarden, 24% zit onder de lage referentiewaarde en 2% zit boven de hoge referentiewaarde
Kinderen hebben minder kans dan volwassenen in de leeftijd van 18-64 jaar om een inname te hebben die binnen de referentiewaarden ligt, omdat ze vaker minder consumeren dan de lage referentiewaarde
Mensen met een laag opleidingsniveau hebben een hogere inname van meervoudig onverzadigde vetten (als percentage van de energie-inname) en hebben vaker een inname die binnen de referentiewaarden ligt dan mensen met een hoog opleidingsniveau
Vetten en oliën (20%) en vlees en plantaardige alternatieven (19%) leveren de grootste bijdrage aan de inname van meervoudig onverzadigde vetten

Volgens leeftijd en geslacht

Gemiddelde inname van meervoudig onverzadigde vetten (En%) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens leeftijd en geslacht, België: 2022-2023

  • Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status. 
  • Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) omvatten geen personen die in zorginstellingen verblijven, personen die in het ziekenhuis liggen of personen die aanzienlijke hulp nodig zouden gehad hebben tijdens de interviews (bv. mensen met cognitieve beperkingen).
  • En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname-inname dat afkomstig is van meervoudig onverzadigde vetten in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse inname van meervoudig onverzadigde vetten (g) te vermenigvuldigen met 9 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
  • De totale bijdrage van meervoudig onverzadigde vetten aan de energie-inname bedraagt 6 En%.   
  • Er is geen verschil in de inname van meervoudig onverzadigde vetten tussen mannen en vrouwen of per leeftijdsgroep. 

Percentage van de bevolking van 3 jaar en ouder met een inname van meervoudig onverzadigde vetten (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens leeftijd en geslacht, België: 2022-2023

A. Percentage onder de lage referentiewaarde (<5 En%)

 

  • Bijna een kwart van de bevolking (24%) heeft een inname van meervoudig onverzadigde vetten onder de lage referentiewaarde, waarbij een hoger percentage wordt aangetroffen bij kinderen in de leeftijd van 3-9 jaar (32%) in vergelijking met volwassenen in de leeftijd van 18-64 jaar (23%). 
  • Er is geen substantieel verschil tussen mannen en vrouwen in het percentage met een inname onder de lage referentiewaarde. 

B. Percentage boven de hoge referentiewaarde (>10 En%)

  • Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
  • Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) omvatten geen personen die in zorginstellingen verblijven, personen die in het ziekenhuis liggen of personen die aanzienlijke hulp nodig zouden gehad hebben tijdens de interviews (bv. mensen met cognitieve beperkingen).
  • De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage onder de lage referentiewaarde (<5 En%) en boven de hoge referentiewaarde (>10 En%) werd berekend.
  • Een klein percentage van de bevolking (2%) overschrijdt de hoge referentiewaarde van meervoudig onverzadigde vetten. 
  • Er is geen wezenlijk verschil tussen mannen en vrouwen of tussen leeftijdsgroepen in het percentage dat de hoge referentiewaarde overschrijdt.

 

 

 

 

  • Concluderend kan worden gesteld dat een groot percentage van de bevolking (74%) een inname van meervoudig onverzadigde vetten heeft die binnen de referentiewaarde van 5-10 En% ligt. Kinderen hebben minder vaak een inname binnen de referentiewaarden (66%) dan volwassenen van 18-64 jaar (75%). 

Volgens opleidingsniveau

Gemiddelde inname van meervoudig onverzadigde vetten (En%) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens opleidingsniveau, België: 2022-2023

  • Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
  • Het opleidingsniveau wordt berekend op het niveau van het huishouden door rekening te houden met het hoogste diploma behaald door: (i) de respondenten of hun partner voor volwassenen (van 18 jaar en ouder), of (ii) de vader en moeder (of verzorger, indien van toepassing) voor kinderen en adolescenten (van 3 tot 17 jaar). Gemakshalve verwijzen we echter naar het opleidingsniveau van individuen in plaats van naar het opleidingsniveau van hun huishoudens.
  • En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname-inname dat afkomstig is van meervoudig onverzadigde vetten in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse inname van meervoudig onverzadigde vetten (g) te vermenigvuldigen met 9 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
  • De bijdrage van meervoudig onverzadigde vetten aan de energie-inname is hoger bij mensen met een laag opleidingsniveau (6,3 En%) dan bij mensen met een hoog opleidingsniveau (5,9 En%).  

Percentage van de bevolking van 3 jaar en ouder met een inname van meervoudig onverzadigde vetten (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens opleidingsniveau, België: 2022-2023

A. Percentage onder de lage referentiewaarde (<5 En%)

  • Mensen met een laag opleidingsniveau hebben minder vaak (21%) een inname van meervoudig onverzadigde vetten onder de lage referentiewaarde dan mensen met een hoog opleidingsniveau (29%).  

B. Percentage boven de hoge referentiewaarde (>10 En%)

  • Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
  • Het opleidingsniveau wordt berekend op het niveau van het huishouden door rekening te houden met het hoogste diploma behaald door: (i) de respondenten of hun partner voor volwassenen (van 18 jaar en ouder), of (ii) de vader en moeder (of verzorger, indien van toepassing) voor kinderen en adolescenten (van 3 tot 17 jaar). Gemakshalve verwijzen we echter naar het opleidingsniveau van individuen in plaats van naar het opleidingsniveau van hun huishoudens.
  • De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage onder de lage referentiewaarde (<5 En%) en boven de hoge referentiewaarde (>10 En%) werd berekend.
  • Er is geen verschil op basis van opleidingsniveau in het percentage van de bevolking dat de hoge referentiewaarde voor meervoudig onverzadigde vetten overschrijdt.

 

 

 

 

 

  • Geconcludeerd kan worden dat meer mensen met een laag opleidingsniveau (76%) een inname van meervoudig onverzadigde vetten hebben die binnen de referentiewaarden ligt dan mensen met een hoog opleidingsniveau (70%).

Volgens regio

Gemiddelde inname van meervoudig onverzadigde vetten (En%) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens regio, België: 2022-2023

  • Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status. 
  • Brussel is uitgesloten van de regionale vergelijking vanwege een onvoldoende aantal deelnemers, maar is wel opgenomen in de nationale gegevens van België.
  • En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname-inname dat afkomstig is van meervoudig onverzadigde vetten in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse inname van meervoudig onverzadigde vetten (g) te vermenigvuldigen met 9 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
  • De bijdrage van meervoudig onverzadigde vetten aan de energie-inname ligt hoger in Vlaanderen (6,5 En%) dan in Wallonië (5,5 En%).

Percentage van de bevolking van 3 jaar en ouder met een inname van meervoudig onverzadigde vetten (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens regio, België: 2022-2023

A. Percentage onder de lage referentiewaarde (<5 En%)

  • Een groter percentage van de bevolking in Wallonië (40%) heeft een inname van meervoudig onverzadigde vetten onder de lage referentiewaarde dan in Vlaanderen (18%). 

B. Percentage boven de hoge referentiewaarde (>10 En%)

  • Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
  • Brussel is uitgesloten van de regionale vergelijking vanwege een onvoldoende aantal deelnemers, maar is wel opgenomen in de nationale gegevens van België.
  • De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage onder de lage referentiewaarde (<5 En%) en boven de hoge referentiewaarde (>10 En%) werd berekend.
  • In Vlaanderen overschrijdt een groter percentage van de bevolking de hoge referentiewaarde van meervoudig onverzadigde vetten (3%) dan in Wallonië (1%).

 

 

 

 

 

  • Concluderend kan gesteld worden dat in Vlaanderen een groter percentage van de bevolking een inname van meervoudig onverzadigde vetten heeft die binnen de referentiewaarden ligt (80%) dan in Wallonië (60%).

Volgens jaar

Gemiddelde inname van meervoudig onverzadigde vetten (En%) in de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens jaar, België: 2022-2023

  • Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
  • Volwassenen van 65 jaar en ouder werden niet opgenomen omdat zij geen deel uitmaakten van de doelpopulatie van het onderzoek van 2014-2015.
  • En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname-inname dat afkomstig is van meervoudig onverzadigde vetten in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse inname van meervoudig onverzadigde vetten (g) te vermenigvuldigen met 9 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
  • De bijdrage van meervoudig onverzadigde vetten aan de energie-inname bleef stabiel tussen 2014-2015 en 2022-2023 in de bevolking tussen 3 en 64 jaar oud. 

Percentage van de bevolking van 3 tot 64 jaar en ouder met een inname van meervoudig onverzadigde vetten (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens jaar, België: 2022-2023

A. Percentage onder de lage referentiewaarde (<5 En%)

  • Er zijn geen verschillen in de percentages van de bevolking van 3-64 jaar onder de lage of boven de hoge referentiewaarde tussen 2014-2015 en 2022-2023.






     
  • In het algemeen is het percentage van de bevolking in de leeftijd van 3-64 jaar met een inname van meervoudig onverzadigde vetten die binnen de referentiewaarden ligt tussen 2014-2015 en 2022-2023 gelijk gebleven.

B. Percentage boven de hoge referentiewaarde (>10 En%)

  • Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status. 
  • Volwassenen van 65 jaar en ouder werden niet opgenomen omdat zij geen deel uitmaakten van de doelpopulatie van het onderzoek van 2014-2015.
  • De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage onder de lage referentiewaarde (<5 En%) en boven de hoge referentiewaarde (>10 En%) werd berekend.

 

De bijdrage van voedingsmiddelen aan de inname van meervoudig onverzadigde vetten

De bijdrage van voedingsmiddelen aan de inname van meervoudig onverzadigde vetten, in de totale bevolking van 3 jaar en ouder, België: 2022-2023

  • Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
  • Vetten en oliën (20%) en vlees en plantaardige alternatieven (waaronder hummus, tofu, vegetarisch broodbeleg of patés) (19%) leveren de grootste bijdrage aan de inname van meervoudig onverzadigde vetten. Daarna volgen granen en graanproducten (14%), sauzen, kruiden en specerijen (13%) en gebak en koekjes (8%). 
  • De voedingsgroepen ‘noten, zaden en olijven’ en ‘vis en schaal- en schelpdieren’ dragen elk ongeveer 3% bij aan de inname van meervoudig onverzadigde vetten.
     
  • Het is belangrijk op te merken dat, hoewel „vlees en plantaardige alternatieven” niet de rijkste bronnen van meervoudig onverzadigde vetten zijn, hun aanzienlijke dagelijkse consumptie door de bevolking in België wél zorgt voor een hoge bijdrage aan de totale inname van meervoudig onverzadigde vetten. 

Gelieve naar deze pagina te verwijzen als: Sciensano. Macronutrienten: Meervoudig onverzadigde vetzuren, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/vetten/meervoudig-onverzadigde-vetzuren

Meer resultaten

Bekijk onze gegevens per regio, geslacht en andere variabelen op ons interactieve dashboard EatMoveStats waarmee u eenvoudig gegevens kunt exporteren.

 

QR code

QR code for this page URL