Epidemiologie van het hepatitis-E-virus: follow-up van een opkomende door voedsel overgedragen zoönose in België [HEV EPI]

Last updated on 19-3-2019 by Sébastien Daems

Partners

Thomas Vanwolleghem
Wim van der Poel

In het kort

Infectie door het hepatitis E-virus (HEV) is een wereldwijde oorzaak van virale hepatitis en een probleem voor de volksgezondheid. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat HEV een door voedsel overgedragen infectie veroorzaakt in westerse landen. HEV behoort tot het Genus Orthohepevirus van de Familia Herpeviridae. Vroeger werd hepatitis E meestal beschouwd als een door water overgedragen ziekte in ontwikkelingslanden. Genotype 1 is verantwoordelijk voor de meeste endemische gevallen van HEV in Azië en Afrika. Genotype 2 komt veel voor in Centraal-Afrika en Midden-Amerika. Beide genotypes worden voornamelijk overgedragen via verontreinigd water en langs feco-orale weg. In westerse landen worden infecties door genotypes 1 en 2 beschouwd als importinfecties als gevolg van reizen naar endemische gebieden. Genotypes 3 en 4 worden op alle continenten aangetroffen. Ze worden overgedragen door dieren. In 2008 werd het eerste geval van chronische hepatitis E in Europa gemeld en sindsdien zijn steeds vaker chronische infecties gedocumenteerd bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem die een orgaantransplantatie ondergingen, bij HIV-patiënten en patiënten die chemotherapie krijgen. Infectie kan asymptomatisch zijn of een acute, zelfbeperkende hepatitis veroorzaken, maar kan in een klein aantal gevallen chronisch worden, met name bij personen met immuundeficiëntie of een reeds bestaande leverziekte. De seroprevalentie bij bloeddonoren uit westerse landen varieert van 2 tot 49%. In de VS is een hogere prevalentie waargenomen bij personen die met varkens werken. HEV-RNA wordt ook regelmatig gedetecteerd in gezonde populaties in veel Europese en niet-Europese landen. HEV-transmissie door bloedtransfusie is ook beschreven. Gedomesticeerde varkens en everzwijnen worden in Europa beschouwd als HEV-reservoirs. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de incidentie van HEV-infecties de afgelopen tien jaar is toegenomen.

Projectsamenvatting

De epidemiologie van HEV-infecties in België is niet goed beschreven en de zoönotische aspecten werden pas onlangs erkend. In dit project onderzoeken we de epidemiologie van HEV in België. We monitoren het aantal laboratorium-bevestigde gevallen, HEV IgG-seropositiviteit, HEV-genotypes, seizoensvariatie, verdeling per leeftijd en geslacht in samenwerking met Belgische ziekenhuizen en internationale netwerken.

Meer specifiek doen wij het volgende:

  • Wij werken samen met het onderzoeksnetwerk CovetLab om uit te zoeken welke gt3/gt4 HEV-stammen momenteel predominant zijn bij varkens en mensen in Noordwest-Europese landen (2015-2017)
  • Wij beoordelen het voorkomen van Hepatitis E-virusinfectie bij patiënten met reumatische aandoeningen (samenwerking met de universiteit Gent, 2015-2017)
  • Wij bepalen de seroprevalentie van het hepatitis E-virus bij patiënten die een kliniek voor seksueel overdraagbare infecties in Brussel bezoeken (samenwerking met CHU St-Pierre, 2016-2017).
  • Wij bepalen de seroprevalentie van HEV bij de Belgische algemene bevolking (samenwerking met Epidemiologie en infectieziekten, Sciensano, 2016-2018)
  • Wij vergelijken de evolutie van de leeftijdsspecifieke seroprevalentie van HEV in België tussen 2006 en 2013 (samenwerking met het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, 2018-2019)

Geassocieerde gezondheidsonderwerpen

QR code

QR code for this page URL