AirAllergy - Surveillance van pollen en schimmelsporen in de buitenlucht in België

Last updated on 29-11-2019 by Daisy Tysmans
januari 1, 1982
Project with no end date

Financierder

Province of Luxembourg
Wallonie
Brussels Environment (IBGE-BIM)

Diensten die aan dit project werken

Projectonderzoekers van Sciensano

Partners

In het kort

Het surveillancenetwerk voor de bepaling van pollen- en schimmelsporenconcentraties in de lucht levert cruciale informatie voor allergie patiënten en artsen. Deze gegevens laten immers toe de diagnose van stuifmeelallergie te stellen, de behandelingen aan te passen, preventieve maatregelen te nemen tijdens risicoperiodes, maar ook om bepaalde aspecten van onze omgeving te bestuderen en beter te begrijpen. De methode die hiervoor momenteel in ons surveillancenetwerk wordt gebruikt is gebaseerd op de identificatie van de verschillende pollentypes via lichtmicroscopie.

Projectsamenvatting

De voornaamste doelstelling van dit project is om zo snel mogelijk informatie over de aanwezigheid van pollen en schimmelsporen in de buitenlucht te kunnen verschaffen aan artsen en allergie patiënten. Informatie over de hoeveelheden schimmelsporen en pollenkorrels in de lucht wordt immers gebruikt voor de preventie en behandeling van allergieën. Inderdaad, deze gegevens laten artsen toe om het voorkomen van pollinisatie en sporulatie te correleren met het opduiken van allergische symptomen bij hun patiënten. De informatie die door ons netwerk wordt verspreid kan dus ondersteuning bieden bij het stellen van de diagnose van een respiratoire allergie. Bovendien kunnen patiënten dankzij de gegevens contact met allergene pollen of schimmelsporen vermijden.

Meer weten over het surveillancenetwerk voor de bepaling van pollen- en schimmelsporenconcentraties in de lucht
Het eerste pollenmeetstation werd in Brussel geïnstalleerd in 1982. Vandaag telt het aerobiologisch netwerk 5 meetstations, verspreid over heel België: in Brussel, De Haan, Genk, Marche-en-Famenne en Tournai. Deze meetstations zijn jaarlijks operationeel van januari tot en met september voor wat betreft pollenkorrels en tot en met november voor wat betreft schimmelsporen. De staalname van de lucht gebeurt via een gestandaardiseerde methode van het type Hirst, via een volumetrisch meettoestel. Om de interferentie van de omliggende lokale vegetatie de beperken worden deze meettoestellen op het dak van een gebouw, op ongeveer 10 à 15 meter hoogte geplaatst. Er wordt 24 uur op 24 lucht aangezogen aan een debiet van 10 liter per minuut (wat ongeveer overeenstemt met het debiet van een menselijke long). Deze lucht wordt dan geprojecteerd op een draaiende tambour (de snelheid van de rotatie zodanig dat er één volledige toer gemaakt wordt in een week). Een windvaan zorgt ervoor dat de opening steeds correct georiënteerd is in de dominante windrichting. Het oppervlak van de tambour is bedenkt met een cellofaan band waarop vaseline wordt geplaatst, zodat de partikels uit de lucht eraan blijven kleven. Deze band kan dan verdeeld worden in stukken die overeenkomen met 24 uur. Elk stukje wordt dan gemonteerd op een microscoopglaasje. De telling en identificatie van de pollen en sporen wordt vervolgens manueel uitgevoerd door de analyse van de microscoopglaasjes bij een vergroting van 400X.

Verspreiding van de resultaten
De resultaten van de tellingen worden via verschillende communicatiekanalen verspreid. Gedurende het pollenseizoen wordt de website www.airallergy.be dagelijks ge-update.  Dit is eveneens het geval voor de mobiele applicatie AirAllergy die beschikbaar is voor Android en iOS.

Tijdens de risicoperiode voor mensen die leiden aan hooikoorts wordt dagelijks een risico-index voor allergie aan graspollen verspreid via de website van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI). Deze index is het resultaat van een samenwerking tussen het KMI en Sciensano, en wordt gebaseerd op de gemeten pollenconcentraties enerzijds en de weersvoorspellingen anderzijds. Verder wordt er regelmatig informatie verstuurd in verband met de evolutie van het pollen- en schimmelsporenseizoen via de Twitter account @AirAllergy.

We beantwoorden tevens talrijke vragen van de bevolking alsook van de pers. Verschillende persberichten worden verspreid in de loop van het pollenseizoen om onder mee de start van de bestuivingsseizoenen van de belangrijkste allergene planten (els, hazelaar, berk en gras).

Geassocieerde gezondheidsonderwerpen

QR code

QR code for this page URL