BELANGRIJKSTE RESULTATEN
Volgens leeftijd en geslacht
Gemiddelde inname van eiwitten (g/dag) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens leeftijd en geslacht, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) omvatten geen personen die in zorginstellingen verblijven, personen die in het ziekenhuis liggen of personen die aanzienlijke hulp nodig zouden gehad hebben tijdens de interviews (bv. mensen met cognitieve beperkingen).
- De gemiddelde eiwitinname in de totale bevolking bedraagt 69 g/dag.
- Mannen hebben een hogere eiwitinname (77 g/dag) dan vrouwen (60 g/dag); dit geslachtsverschil wordt waargenomen in alle leeftijdsgroepen.
- Volwassenen van 18 tot 64 jaar hebben de hoogste eiwitinname (72 g/dag). Adolescenten (10-17 jaar) en volwassenen van 65 jaar en ouder hebben een eiwitinname van 67 g/dag. De laagste eiwitinname wordt waargenomen bij kinderen (3-9 jaar; 55 g/dag).
Gemiddelde inname van eiwitten (g/kg lichaamsgewicht) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens leeftijd en geslacht, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) omvatten geen personen die in zorginstellingen verblijven, personen die in het ziekenhuis liggen of personen die aanzienlijke hulp nodig zouden gehad hebben tijdens de interviews (bv. mensen met cognitieve beperkingen).
- Eiwitinname in gram per kilogram lichaamsgewicht wordt berekend door de dagelijkse eiwitinname van de persoon te delen door zijn lichaamsgewicht.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften.
-
Kinderen hebben de hoogste dagelijkse eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht: gemiddeld 2,2 g/kg. Dit is vergelijkbaar voor jongens (2,2 g/kg) en meisjes (2,1 g/kg). Slechts 0,2% van de kinderen voldoet niet aan de referentiewaarde voor eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht.
-
Bij adolescenten ligt de gemiddelde dagelijkse eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht lager (1,3 g/kg), waarbij jongens een hogere inname hebben (1,3 g/kg) dan meisjes (1,2 g/kg). 5% voldoet niet aan de referentiewaarde voor eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht.
-
De laagste inname wordt gezien bij volwassenen van 18-64 jaar (1,0 g/kg) en volwassenen van 65 jaar en ouder (0,9 g/kg). Bij volwassenen van 18-64 jaar hebben mannen een hogere inname dan vrouwen, terwijl dit geslachtsverschil verdwijnt bij volwassenen van 65 jaar en ouder.
-
Op basis van de referentiewaarden per kilogram lichaamsgewicht voldoet 16% van de volwassenen van 18 tot 64 jaar en 20% van de volwassenen van 65 jaar en ouder niet aan de referentiewaarde voor eiwitinname.
Gemiddelde inname van eiwitten (En%) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens leeftijd en geslacht, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) omvatten geen personen die in zorginstellingen verblijven, personen die in het ziekenhuis liggen of personen die aanzienlijke hulp nodig zouden gehad hebben tijdens de interviews (bv. mensen met cognitieve beperkingen).
- En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname dat afkomstig is van eiwitten in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse eiwitinname (g) te vermenigvuldigen met 4 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
- Uitgedrukt als percentage van de totale dagelijkse energie-inname bedraagt de gemiddelde eiwitinname door de Belgische bevolking 16 En%.
- Er zijn geen geslachtsverschillen wat betreft de bijdrage van eiwitten aan de energie-inname.
- De eiwitinname is hoger bij volwassenen van 18 jaar en ouder (16 En%) dan bij kinderen van 3-9 jaar en adolescenten van 10-17 jaar (15 En%).
Percentage van de bevolking van 3 jaar en ouder met eiwitinname (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens leeftijd en geslacht, België: 2022-2023
(A) Percentage onder de lage referentiewaarde
-
0,8% van de totale bevolking voldoet niet aan de lage referentiewaarde van eiwitinname (10 En%). Dit percentage verschilt niet tussen mannen en vrouwen.
-
Er is echter wel een verschil tussen de leeftijdscategorieën: 2% van de kinderen van 3-9 jaar en 1,3% van de adolescenten van 10-17 jaar haalt de lage referentiewaarde niet. Deze percentages liggen hoger dan bij volwassenen van 65 jaar en ouder, waar slechts 0,4% de lage referentiewaarde niet haalt.
(B) Percentage boven de hoge referentiewaarde
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Oudere volwassenen (65 jaar en ouder) omvatten geen personen die in zorginstellingen verblijven, personen die in het ziekenhuis liggen of personen die aanzienlijke hulp nodig zouden gehad hebben tijdens de interviews (bv. mensen met cognitieve beperkingen)
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage onder de lage referentiewaarde (<10 En%) en boven de hoge referentiewaarde (>20 En%) werd berekend.
-
In totaal heeft 9% van de bevolking een inname die boven de hoge referentiewaarde van 20 En% ligt, en dit verschilt niet tussen mannen en vrouwen.
- Slechts 4% van de kinderen en 6% van de adolescenten overschrijdt de hoge referentiewaarde, vergeleken met 10% van de volwassenen van 18 tot 64 jaar en 12% van de volwassenen van 65 jaar en ouder.
- Concluderend kan worden gesteld dat 90% van de bevolking een eiwitinname heeft die binnen de referentiewaarden voor de bijdrage van eiwitten aan de energie-inname valt. Dit percentage is vergelijkbaar voor mannen en vrouwen. Daarnaast voldoet een groter percentage kinderen en adolescenten aan deze referentiewaarden dan volwassenen.
Volgens opleidingsniveau
Gemiddelde inname van eiwitten (g/dag) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens opleidingsniveau, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Het opleidingsniveau wordt berekend op het niveau van het huishouden door rekening te houden met het hoogste diploma behaald door: (i) de respondenten of hun partner voor volwassenen (van 18 jaar en ouder), of (ii) de vader en moeder (of verzorger, indien van toepassing) voor kinderen en adolescenten (van 3 tot 17 jaar). Gemakshalve verwijzen we echter naar het opleidingsniveau van individuen in plaats van naar het opleidingsniveau van hun huishoudens.
- Er is geen verschil in eiwitinname (g/dag) op basis van opleidingsniveau.
Gemiddelde inname van eiwitten (g/kg lichaamsgewicht) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens opleidingsniveau, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Eiwitinname in gram per kilogram lichaamsgewicht wordt berekend door de dagelijkse eiwitinname van de persoon te delen door zijn lichaamsgewicht.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften.
- Het opleidingsniveau wordt berekend op het niveau van het huishouden door rekening te houden met het hoogste diploma behaald door: (i) de respondenten of hun partner voor volwassenen (van 18 jaar en ouder), of (ii) de vader en moeder (of verzorger, indien van toepassing) voor kinderen en adolescenten (van 3 tot 17 jaar). Gemakshalve verwijzen we echter naar het opleidingsniveau van individuen in plaats van naar het opleidingsniveau van hun huishoudens.
- De dagelijkse eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht is lager bij personen met een laag opleidingsniveau (1,1 g/kg) dan bij personen met een middelhoog of hoog opleidingsniveau (1,2 g/kg).
- Op basis van de referentiewaarden in gram per kilogram lichaamsgewicht heeft een hoger percentage personen met een laag opleidingsniveau (18%) een eiwitinname onder de referentiewaarde dan personen met een middelhoog (10%) of hoog (8%) opleidingsniveau.
Gemiddelde inname van eiwitten (En%) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens opleidingsniveau, België: 2022-2023
- De bijdrage van eiwitten aan de energie-inname is lager bij personen met een hoog opleidingsniveau (15 En%) dan bij personen met een middelhoog of laag opleidingsniveau (16 En%).
- En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname dat afkomstig is van eiwitten in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse eiwitinname (g) te vermenigvuldigen met 4 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
- Het opleidingsniveau wordt berekend op het niveau van het huishouden door rekening te houden met het hoogste diploma behaald door: (i) de respondenten of hun partner voor volwassenen (van 18 jaar en ouder), of (ii) de vader en moeder (of verzorger, indien van toepassing) voor kinderen en adolescenten (van 3 tot 17 jaar). Gemakshalve verwijzen we echter naar het opleidingsniveau van individuen in plaats van naar het opleidingsniveau van hun huishoudens.
- De dagelijkse bijdrage van eiwitten aan de energie-inname is lager bij personen met een hoog opleidingsniveau (15 En%) dan bij personen met een middelhoog of laag opleidingsniveau (16 En%).
Percentage van de bevolking van 3 jaar en ouder met eiwitinname (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens opleidingsniveau, België: 2022-2023
A. Percentage onder de lage referentiewaarde
- Het percentage van de bevolking met een eiwitinname onder de referentiewaarde (gebaseerd op de verhouding tussen eiwitinname en energie-inname) is vergelijkbaar voor alle opleidingsniveaus.
B. Percentage boven de hoge referentiewaarde
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage onder de lage referentiewaarde (<10 En%) en boven de hoge referentiewaarde (>20 En%) werd berekend.
- Het opleidingsniveau wordt berekend op het niveau van het huishouden door rekening te houden met het hoogste diploma behaald door: (i) de respondenten of hun partner voor volwassenen (van 18 jaar en ouder), of (ii) de vader en moeder (of verzorger, indien van toepassing) voor kinderen en adolescenten (van 3 tot 17 jaar). Gemakshalve verwijzen we echter naar het opleidingsniveau van individuen in plaats van naar het opleidingsniveau van hun huishoudens.
- Overmatige eiwitinname (meer dan 20 En%) komt echter minder vaak voor bij mensen met een hoog opleidingsniveau (3%) dan bij mensen met een middelhoog (10%) of laag (13%) opleidingsniveau.
- Concluderend hebben mensen met een middelhoog opleidingsniveau de grootste kans op een eiwitinname die binnen de referentiewaarden voor de bijdrage van eiwitten aan de energie-inname valt (97%), gevolgd door mensen met een hoog opleidingsniveau (92%) en mensen met een laag opleidingsniveau (89%).
Volgens regio
Gemiddelde inname van eiwitten (g/dag) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens regio, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Brussel is uitgesloten van de regionale vergelijking vanwege een onvoldoende aantal deelnemers, maar is wel opgenomen in de nationale gegevens van België.
- De gemiddelde eiwitinname inwoners van Wallonië (66 g/dag) is lager dan die van inwoners van Vlaanderen (70 g/dag).
Gemiddelde inname van eiwitten (g/kg lichaamsgewicht) bij de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens regio, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Eiwitinname in gram per kilogram lichaamsgewicht wordt berekend door de dagelijkse eiwitinname van de persoon te delen door zijn lichaamsgewicht.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften.
- Brussel is uitgesloten van de regionale vergelijking vanwege een onvoldoende aantal deelnemers, maar is wel opgenomen in de nationale gegevens van België.
- Er zijn geen regionale verschillen in de gemiddelde dagelijkse eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht, noch in het percentage personen met een onvoldoende eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht.
Gemiddelde inname van eiwitten (En%) in de bevolking van 3 jaar en ouder, volgens regio, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname dat afkomstig is van eiwitten in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse eiwitinname (g) te vermenigvuldigen met 4 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
- Brussel is uitgesloten van de regionale vergelijking vanwege een onvoldoende aantal deelnemers, maar is wel opgenomen in de nationale gegevens van België.
- Er worden geen regionale verschillen waargenomen in de dagelijkse bijdrage van eiwitten aan de energie-inname.
Percentage van de bevolking van 3 jaar en ouder met eiwitinname (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens regio, België: 2022-2023
A. Percentage onder de lage referentiewaarde
- Een groter percentage van de bevolking in Wallonië (1,7%) heeft een inadequate eiwitinname (d.w.z. onder de 10 En%) in vergelijking met Vlaanderen (0,4%).
B. Percentage boven de hoge referentiewaarde
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage onder de lage referentiewaarde (<10 En%) en boven de hoge referentiewaarde (>20 En%) werd berekend.
- Brussel is uitgesloten van de regionale vergelijking vanwege een onvoldoende aantal deelnemers, maar is wel opgenomen in de nationale gegevens van België.
- Er is geen belangrijk verschil waargenomen tussen de regio’s wat betreft het overschrijden van de referentiewaarde.
- Over het geheel genomen heeft een hoger percentage van de bevolking in Vlaanderen (92%) dan in Wallonië (87%) een eiwitinname die binnen de referentiewaarden voor de bijdrage van eiwitten aan de energie-inname valt.
Volgens jaar
Gemiddelde inname van eiwitten (g/dag) in de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens jaar, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Volwassenen van 65 jaar en ouder werden niet opgenomen omdat zij geen deel uitmaakten van de doelpopulatie van het onderzoek van 2014-2015.
- Er is een daling in eiwitinname van 2014-2015 (74 g/dag) naar 2022-2023 (69 g/dag) in de bevolking van 3 tot 64 jaar.
Gemiddelde inname van eiwitten (g/kg lichaamsgewicht) in de bevolking van 3 jaar en ouder, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Eiwitinname in gram per kilogram lichaamsgewicht wordt berekend door de dagelijkse eiwitinname van de persoon te delen door zijn lichaamsgewicht.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften.
- Volwassenen van 65 jaar en ouder werden niet opgenomen omdat zij geen deel uitmaakten van de doelpopulatie van het onderzoek van 2014-2015.
- De dagelijkse eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht is in de loop der tijd stabiel gebleven.
- Het percentage personen in de leeftijd van 3 tot 64 jaar met een onvoldoende eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht is echter gestegen van 7% in 2014-2015 naar 12% in 2022-2023.
Gemiddelde inname van eiwitten (En%) in de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens jaar, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- En% = energiepercentage. Dit is het percentage van de dagelijkse energie-inname dat afkomstig is van eiwitten in het voedingspatroon. Het werd berekend door de totale dagelijkse eiwitinname (g) te vermenigvuldigen met 4 kcal per gram en te delen door de totale dagelijkse energie-inname (kcal).
- Volwassenen van 65 jaar en ouder werden niet opgenomen omdat zij geen deel uitmaakten van de doelpopulatie van het onderzoek van 2014-2015.
- De dagelijkse bijdrage van eiwitten aan de energie-inname (16 En%) in de bevolking van 3 tot 64 jaar is niet aanzienlijk veranderd tussen 2014-2015 en 2022-2023.
Percentage van de bevolking van 3 tot 64 jaar en ouder met een eiwitinname (En%) (A) onder en (B) boven de referentiewaarden, volgens jaar, België: 2022-2023
A. Percentage onder de lage referentiewaarde
- Er zijn in de loop van de tijd geen veranderingen waargenomen in het percentage van de bevolking van 3 tot 64 jaar dat onder de lage of boven de hoge referentiewaarde voor inname van eiwitten ten opzichte van energie zit.
B. Percentage boven de hoge referentiewaarde
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- De resultaten zijn gebaseerd op voedingsreferentiewaarden gedefinieerd als gemiddelde behoeften. Het percentage onder de lage referentiewaarde (<10 En%) en boven de hoge referentiewaarde (>20 En%) werd berekend.
- Volwassenen van 65 jaar en ouder werden niet opgenomen omdat zij geen deel uitmaakten van de doelpopulatie van het onderzoek van 2014-2015.
- Ook zijn er in de loop der tijd geen veranderingen in het percentage van de bevolking van 3 tot 64 jaar met een eiwitinname die binnen de referentiewaarden voor de bijdrage van eiwitten aan de energie-inname valt.
De bijdrage van voedingsmiddelen aan eiwitinname
De bijdrage van voedingsmiddelen aan de eiwitinname, in de totale bevolking van 3 jaar en ouder, België: 2022-2023
- Ruw = resultaten gewogen voor seizoen, leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status.
- Vlees en plantaardige alternatieven dragen het meest bij aan de eiwitinname (35%). Ook granen en graanproducten (21%) en melk, melkproducten en plantaardige alternatieven (17%) leveren een belangrijke bijdrage aan de inname van eiwitten. Zij worden gevolgd door vis en schaal- en schelpdieren (6%).
Gelieve naar deze pagina te verwijzen als: Sciensano. Macronutrienten: Eiwitten, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/macronutrienten/eiwitten
