Een nieuwe studie van Sciensano en de KU Leuven onderstreept de nood aan een sterker en coherenter beleid om gezonde en duurzame voedingsconsumptie in ons land beter te ondersteunen. Onze huidige eetpatronen dragen sterk bij aan chronische ziekten en zijn belastend voor milieu en klimaat. Daarom is een transitie essentieel, al vergt dat volgens de onderzoekers een duidelijk focus op het aanpakken van de voedselomgeving, oftewel de fysieke, economische, politieke en socioculturele factoren die onze voedselkeuzes beïnvloeden.
Het rapport werd opgesteld in samenwerking met 51 experts uit alle Belgische gewesten en gemeenschappen (Vlaanderen, Wallonië, Brussel, Franse en Duitstalige Gemeenschap, COCOF en VGC) en maakt gebruik van een methodologie die internationaal al in meer dan 50 landen toegepast werd: de Food-EPI of Healthy Food Environment Policy Index. Aan de hand van deze methodologie werd een grondige analyse gevoerd van het bestaande beleid en werden 158 concrete aanbevelingen geformuleerd over de verschillende bestuurssniveaus.
Versnipperd beleid
De evaluatie maakt duidelijk dat, ondanks de toenemende politieke aandacht voor de voedselomgeving, de versnippering van het Belgische beleid een uitdaging blijft. Bovendien richt het gevoerde beleid zich vooral op informatieve maatregelen zoals sensibilisatie, terwijl krachtigere beleidsinstrumenten zoals regelgeving en economische stimulansen tot op heden onvoldoende worden ingezet.
De onderzoekers stelden belangrijke beperkingen vast op vlak van ruimtelijke ordening, subsidiecriteria en in de wetgeving rond reclame voor ongezonde en niet-duurzame voedingsproducten, inclusief reclame gericht op kinderen. Deze tekortkomingen ondermijnen de impact van het bestaande beleid aanzienlijk.
Ruimte voor een gezamenlijke koers
Ondanks duidelijke verschillen in beleidsacties tussen de verschillende deelstaten, zijn er belangrijke gelijkenissen in hun aanbevelingen. Zo is er brede eensgezindheid over de noodzaak om reclame te beperken, de publieke voedingsaanbestedingen te verduurzamen, en lokale besturen meer juridische slagkracht te geven. Bovendien is er in de aanbevelingen ook duidelijk aandacht om zowel gezonde en duurzame voedselomgevingen te creëren via overkoepelende strategieën en beleidsacties.
Deze gedeelde inzichten bieden kansen om samen te werken aan een gezamenlijke nationale visie, essentieel voor een effectief, rechtvaardig, gezond en duurzaam voedingsbeleid in België. “Gezien gezonde, duurzame voeding quasi geen deel meer uitmaakt van de nieuwe Europese visie op landbouw en voeding, is het des te belangrijker om hier op lidstaatniveau een stip aan de horizon te zetten”, zegt onderzoeker Michiel De Bauw. “Dit rapport biedt hiervoor een aantal bouwstenen.”
Oproep tot meer geïntegreerde en ambitieuze beleidsaanpak
Het rapport roept op tot een sterkere interfederale samenwerking, die zowel horizontale coördinatie, tussen sectoren zoals gezondheid, milieu, landbouw, onderwijs, als verticale coördinatie, tussen bestuursniveaus, versterkt. Alleen een goed gecoördineerde en brede aanpak kan de uitdagingen rond voedselomgevingen van vandaag en morgen het hoofd bieden.
Uit een juridische analyse blijkt bovendien dat bestaande bevoegdheden creatiever kunnen worden benut, zonder grondwetswijzigingen, om voedselomgevingen aan te pakken. Dat vereist wel politieke moed en strategische afstemming.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst
Dit rapport legt de fundamenten voor een gezamenlijke vooruitgang in de transitie naar gezonde en duurzame eetpatronen. Door heel concrete aanbevelingen voor de verschillende beleidsniveaus, geeft het een duidelijk signaal: de omslag naar gezondere en duurzamere voedselomgevingen is niet alleen noodzakelijk en dringend, maar vooral ook haalbaar in een Belgische context.
In samenwerking met diverse lokale besturen wordt in heel Vlaanderen verder ingezet op het verkrijgen van inzichten van de inwoners, hoe zij hun (voedsel)omgeving ervaren met behulp van het nieuwe burgerwetenschapsproject van Sciensano: De Grote Voedselkaart app. Alle Vlamingen ouder dan 16 jaar kunnen hier de komende maanden aan deelnemen.
