Eco-epidemiologie van door teken overgedragen encefalitisvirus: onderzoek naar de prevalentie en pathogenese bij knaagdieren en wilde dieren [TBEV Epi]

Last updated on 24-1-2019 by Aurélie Felice
oktober 1, 2013
december 31, 2019

Financierder

National Institute for Public Health and the Environment (RIVM)

Partners

Hein Sprong

In het kort

Het door teken overgedragen encefalitisvirus (TBEV), overgedragen door Ixodes ricinus-teken en heel soms via niet-gepasteuriseerde melk van herkauwers, is momenteel de belangrijkste door geleedpotigen overgedragen virale infectie bij mensen in Europa. Ongeveer een derde van de mensen die geïnfecteerd zijn met TBEV ontwikkelt een neuro-invasieve ziekte, gekenmerkt door koorts en neurologische symptomen, variërend van meningitis tot ernstige encefalitis met of zonder myelitis. Deze patiënten moeten in het ziekenhuis worden opgenomen en ongeveer 35-58% heeft last van permanente gevolgen (postencefalitisch syndroom). Ondanks lage sterftecijfers van 0-3,9% vormt het westerse subtype TBEV een risico voor de volksgezondheid en voedselveiligheid. TBE is een groeiend probleem in verschillende Europese landen en elk jaar worden ongeveer 3.000 mensen in het ziekenhuis opgenomen. De incidentie bij de mens is in sommige Europese landen toegenomen en TBE lijkt nu ook meer en meer op te duiken in Noord-Europa. Het virus is al geïdentificeerd in twee buurlanden van België: Duitsland en Frankrijk (Elzas). In juli 2016 werd het eerste autochtone geval van door teken overgedragen encefalitis gediagnosticeerd in Nederland (Sallandse Heuvelrug). In België zijn er nog geen gevallen gemeld maar we vonden wel indirect bewijs dat het virus ook in het wild in België circuleert.

Projectsamenvatting

De belangrijkste dierenreservoirs van TBEV zijn kleine knaagdieren. Verschillende soorten wilde en gedomesticeerde zoogdieren (met name hazen, herten, everzwijnen, schapen, runderen, geiten) bevorderen indirect de circulatie van het virus door de vermenigvuldiging van de teken mogelijk te maken. Mensen zijn incidentele en doodlopende gastheren. Daarom is screening bij dieren een waardevol hulpmiddel om endemische foci te identificeren en te karakteriseren. Sciensano voerde tussen 2014 en 2016 in België verschillende seroprevalentiestudies uit bij verklikkerdieren (runderen, reeën en everzwijnen). De TBEV-seroprevalentie in het doelgebied werd geschat op 2,61 tot 4,29% voor runderen, 5,1% voor reeën en 2,9% voor everzwijnen. Om TBEV in België te detecteren, hebben we in 2014 en 2015 een prevalentiestudie naar TBEV uitgevoerd bij knaagdieren in Wallonië. In totaal werden 258 Myodes Glareolus en 47 Apodemus Sylvaticus gevangen. Ze testten allemaal negatief voor TBEV met qPCR. 
Het doel van dit project is om serologische surveillance uit te voeren bij dieren, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. In gebieden met seropositieve verklikkerdieren worden gerichte follow-uponderzoeken bij knaagdieren uitgevoerd om de in het wild circulerende TBEV-stam(men) te detecteren en te analyseren.
Tegelijkertijd onderzoeken we ook de infectiekenmerken van TBEV bij lokale wilde knaagdieren om de virulentie en transmissiedynamiek van dit virus in onze gebieden beter te begrijpen.

Geassocieerde gezondheidsonderwerpen

QR code

QR code for this page URL