To²DeNano - Naar een toxicologisch relevante definitie van nanomaterialen

Last updated on 16-6-2020 by Jill Alexandre
december 15, 2015
maart 15, 2019

Financierder

Federal Science Policy Office (Belspo)

Diensten die aan dit project werken

Projectonderzoekers van Sciensano

Partners

In het kort

Nanotechnologie verschijnt steeds vaker op de consumentenmarkt. Dit resulteert onvermijdelijk in een toename van de menselijke blootstelling aan gefabriceerde nanomaterialen. Het controleren van deze blootstelling is problematisch omdat er geen gedefinieerde gestandaardiseerde meetwaarden en protocollen bestaan. Om dit gebrek te verhelpen, wil Sciensano een definitie van gefabriceerde nanomaterialen (MNM) opstellen op basis van de meest toxicologisch relevante blootstellingsmetingen, en een aantal richtlijnen geven voor verdere risico- en toxiciteitsanalyses. Het project is specifiek gericht op de invloed van aggregatie/agglomeratie en grootteverdeling van gefabriceerde nanomaterialen, twee belangrijke aspecten van de huidige EU-definitie van MNM, op ​​hun toxische activiteit.

Projectsamenvatting

Producenten, onderzoekers en wetgevers hebben moeite om de impact van aggregatie/agglomeratie (AA) van MNM op de gezondheidsrisico’s te beoordelen. Aangezien dit aspect is opgenomen in de huidige wettelijke beschrijving van MNM worden de onzekerheden met betrekking tot de rol van AA vaak besproken. Helaas ontbreekt het aan complete wetenschappelijke gegevens over deze aspecten. Het is algemeen aanvaard dat de polydispersiteit van de MNM zo laag mogelijk moet zijn voor experimentele omstandigheden (wat betekent dat de grootteverdeling zo klein mogelijk moet zijn). Een belangrijke opmerking die hier vaak naar boven komt, is dat in ‘real life’ blootstelling eerder gebeurt met polydisperse MNM en dat preparaten met een smal afmetingenbereik vaak alleen worden gebruikt in hoogtechnologische producten. In dit onderzoeksproject zullen we het aspect van grootteverdeling onderzoeken, aangezien niet duidelijk is of dit een significant verschil maakt in waargenomen biologische effecten. Dit probleem vormt ook een uitdaging voor degenen die de aanwezigheid van MNM in de omgeving of in stalen meten/analyseren. Om dit te bereiken, wordt nanosilica (nSiO2) gebruikt als het model voor aggregaten en nanotitaandioxide (nTiO2) als het model voor agglomeraten. 
Door een uitgebreide reeks meeteenheden te schatten met behulp van complementaire gevalideerde methoden, zullen de grootte en morfologische eigenschappen van de onderzochte MNM in detail worden gekarakteriseerd. De MNM zullen in hun zuivere vorm, in de stock-dispersie en in de blootstellingsmedia voor in-vivo- en in- vitrotests worden gekarakteriseerd met behulp van de meest geavanceerde methoden, waaronder transmissie-elektronenmicroscopie (TEM) Samen met de TEM-experimenten zullen metingen met atoomkrachtmicroscopie (AFM) worden uitgevoerd op de verschillende materialen om hun grootte, grootteverdeling en vorm te karakteriseren.
Verder zullen experimenten met in-vivonanotoxicologie worden uitgevoerd om de invloed van NM-dispersies, d.w.z. AA-status en grootteverdeling, op NM-opname door inhalatie en ingestie te bestuderen. We zullen ook op een gestructureerde manier onderzoeken hoe vergelijkbare primaire MNP’s (gefabriceerde nanopartikels) met een andere toestand van AA of andere grootteverdeling, vergelijkbare en/of verschillende effecten in vitro en in vivo induceren.

QR code

QR code for this page URL