NRL/NRC Rabies - Nationaal referentielaboratorium/-centrum voor rabiës: surveillance en diagnose van rabiës bij mens en dier

Last updated on 11-12-2018 by Daisy Tysmans

Projectonderzoekers van Sciensano

In het kort

Het Nationaal referentiecentrum/-laboratorium voor rabiës is verantwoordelijk voor de diagnose van rabiës bij mens en dier. We voeren routine-antilichaamtests uit om vaccin-geïnduceerde immuniteit te meten. We zijn door de Europese Commissie erkend voor het uitvoeren van serologische rabiëstests op honden, katten en fretten in het kader van het internationaal transport van huisdieren. Bovendien wordt een doorlopend surveillanceprogramma gehandhaafd om de aanwezigheid van rabiës bij wilde dieren en huisdieren uit te sluiten en om de rabiësvrije status van België te garanderen.

Projectsamenvatting

Rabiës is een fatale infectieziekte veroorzaakt door het rabiësvirus. Jaarlijks worden miljoenen mensen blootgesteld aan het virus, vooral in ontwikkelingslanden, van wie er 59.000 sterven als gevolg van de ziekte. De meeste zoogdieren zijn gevoelig voor het virus, maar infecties bij de mens treedt meestal op na nauw contact (bijten, krabben, likken) met een geïnfecteerde carnivoor (voornamelijk een hond) of een vleermuis. Sinds 2001 is België officieel vrij van het klassieke rabiësvirus (een soort binnen het Genus Lyssavirus). Ons surveillancesysteem heeft als doel de rabiësvrije status van België te garanderen. Deze rabiësvrije status heeft alleen betrekking op het klassieke rabiësvirus en niet op de gerelateerde lyssavirussen bij vleermuizen.

Het Nationaal referentiecentrum/-laboratorium (NRC/NRL) voert serologische testen uit bij mens en dier om vaccingeïnduceerde immuniteit te beoordelen. De meeste menselijke stalen worden ingediend om de immuunrespons te beoordelen na preventieve vaccinatie bij risicopersonen (reizigers naar endemische gebieden, dierenartsen, soldaten, …). Een klein deel van de menselijke stalen wordt ingediend om de immuunrespons te bevestigen na behandeling na blootstelling door contact met een mogelijk hondsdol dier. Serologietesten bij dieren worden uitgevoerd in het kader van de Europese regelgeving met betrekking tot het internationale transport van huisdieren (honden, katten en fretten). Elk jaar worden enkele duizenden sera getest op antilichamen tegen rabiës.

Naast serologische tests is het NRC/NRL ook verantwoordelijk voor de diagnose van rabiës bij klinisch verdachte mensen of dieren (zowel wilde dieren als huisdieren). Elk jaar worden enkele honderden stalen naar ons laboratorium gestuurd voor diagnose. Dierstalen worden uitsluitend post mortem geanalyseerd en de aanwezigheid van het virus in het zenuwweefsel wordt aangetoond door een directe immunofluorescentietest en/of door polymerasekettingreactie (PCR). Menselijke stalen kunnen ante (cerebrospinale vloeistof, speeksel, urine, serum) of post mortem (hersenweefsel) worden verzameld. De tests voor het diagnosticeren van rabiës bij de mens zijn dezelfde als die voor dieren.

De continue surveillance van wilde dieren en huisdieren wordt uitgevoerd in samenwerking met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Door deze activiteit kan de rabiësvrije status van België worden gegarandeerd, aangezien de belangrijkste bedreiging voor de herintroductie van het klassieke rabiësvirus de illegale invoer is van dieren uit gebieden waar rabiës endemisch is, voornamelijk Afrika en Azië.

Een groot deel van de wilde dieren die voor tests worden aangeboden, zijn vleermuizen. We weten immers dat vleermuizen potentiële dragers zijn van het Europese Bat Lyssavirus-1 of -2 (EBLV-½), die verwant zijn met het klassieke rabiësvirus. Deze virussen kunnen ook dezelfde ziekte veroorzaken als het klassieke rabiësvirus. Het is belangrijk om een ​​arts te raadplegen na een beet of een krab van een vleermuis, zodat een ​​geschikte behandeling tegen rabiës kan worden overwogen.

In 2007 en 2008 werden twee importgevallen van rabiës bevestigd bij twee honden. Het eerste geval betrof een hond die werd ingevoerd vanuit Marokko en het tweede geval betrof een uit Gambia ingevoerde hond.

In 2010 hebben we een geval van Europees bat lyssavirus-1 (EBLV-1) bevestigd bij een laatvliegervleermuis uit Spanje. In 2016 testte een laatvlieger uit Bertrix positief op de aanwezigheid van EBLV-1. Dit was de eerste keer dat we de aanwezigheid van EBLV diagnosticeerden bij een Belgische vleermuis.

Geassocieerde gezondheidsonderwerpen

QR code

QR code for this page URL