EDC BIRTHCOHORT - Ontwikkeling van biomarkers voor hormoonverstorende stoffen

Last updated on 12-6-2020 by Jill Alexandre
april 1, 2015
december 31, 2019
Project with no end date

Financierder

Sciensano

Diensten die aan dit project werken

Projectonderzoekers van Sciensano

Partners

T. Nawrot

In het kort

Dit project zal de kennis vergroten over de blootstelling van ongeboren kinderen aan hormoonverstorende stoffen (chemicaliën die interfereren met endocriene (of hormonale) systemen). Geselecteerde verbindingen worden in placentaweefsel geanalyseerd met behulp van chromatografie en massaspectrometrie. Met deze analysetechnieken kunnen de chemicaliën volgens hun structuur en moleculaire massa gescheiden en gekwantificeerd worden. De placentastalen zijn afkomstig uit een lopende geboortecohortstudie in België. Een geboortecohortstudie bestaat uit herhaalde onderzoeken van een groot aantal personen vanaf de geboorte en gedurende hun leven.  Zo kan de ontwikkeling van deze kinderen worden gevolgd en kunnen eventuele gezondheidseffecten met blootstelling in de eerste levensjaren in verband worden gebracht.

Projectsamenvatting

Tijdens de zwangerschap komt de placenta in contact met alle nutritionele, hormonale en andere chemische stressfactoren. Milieu- en voedselcontaminanten zijn nadelig voor de foetale ontwikkeling en kunnen zowel rechtstreeks als via hormoonverstorende eigenschappen en/of oxidatieve stress toxisch zijn voor de cellen en ongunstige celresponsen veroorzaken. We weten nog niet hoe deze chemische stoffen de moleculaire biologische profielen in de placenta in de verschillende stadia beïnvloeden.
De doelstellingen van dit project zijn:

  1. verdere technieken ontwikkelen om EDC-blootstellingen in placentaweefsel te meten
  2. de EDC-blootstellingen in utero en in de eerste levensjaren en hun effecten op de groei en vroege (neurologische) ontwikkeling van jonge kinderen verder te onderzoeken

Studiepopulatie

In een bestaand en lopend geboortecohort (ENVIRONAGE) worden moeder-kindparen gerekruteerd in het ziekenhuis Oost Limburg. Van elk moeder-kindpaar worden moeder- en navelstrengbloed en placentabiopsieën verkregen. Perinatale parameters zoals geslacht, geboortedatum, geboortegewicht en lengte van de neonaat, zwangerschapsduur en Apgar-score werden ook na de geboorte verzameld. Na de bevalling vult de moeder een vragenlijst in. Dit doet ze ook regelmatig tijdens de follow-up (op jaarbasis). Enkele dagen na de geboorte worden neurologische en gedragsbeoordelingen uitgevoerd bij de neonaat (Neonatal Behavioral Assessment Scale NBAS) en als het kind 4 jaar is worden de cognitieve prestaties geëvalueerd.

Kennisstatus

Tot nu toe zijn slechts enkele milieuverbindingen in placenta gedetecteerd die van de moeder op de foetus/embryo kunnen zijn overgebracht. Prenatale blootstelling aan enkele bekende hormoonverstorende chemicaliën wordt in het latere leven gelinkt aan ontwikkelingseffecten. Daarom is het belangrijk om deze effecten te bestuderen in moeder-kindcohorten.

Toegevoegde waarde voor de volksgezondheid

Door een betere kennis over de ontwikkelingseffecten van sommige chemicaliën kunnen we voorrang geven aan chemicaliën waaraan blootstelling moet worden beperkt. Kennis over de aanwezigheid van chemicaliën in de placenta’s van Belgische moeders is momenteel niet beschikbaar.

Toegevoegde waarde voor de wetenschap

Een overzicht van de concentraties van geselecteerde chemicaliën in de placenta’s van Belgische moeders kan worden vergeleken met de concentraties verkregen in internationale studies.

Het verwerven en uitwisselen van up-to-date wetenschappelijke kennis in het domein van hormoonverstorende stoffen en de ontwikkeling van analytische methoden voor de bepaling van EDC gehaltes in de placenta.

Geassocieerde gezondheidsonderwerpen

QR code

QR code for this page URL