BTDIR - Belgisch register van behandelingsaanvragen betreffende drugs en alcohol

Last updated on 1-2-2023 by Jérôme Antoine

Projectonderzoekers van Sciensano

In het kort

Door informatie te verzamelen over patiënten die behandeld werden vanwege hun alcohol- of drugsgebruik, krijgen we een beter inzicht in de situatie en trends van verslavingen in België. Deze gegevens over het sociaaleconomische profiel van patiënten en hun gewoonten van substantiegebruik worden sinds 2011 opgenomen in het Belgisch register van behandelingsaanvragen betreffende drugs en alcohol (BTDIR). Dit register is een bron van betrouwbare, kwalitatieve en vergelijkbare informatie in de tijd die het gezondheidsbeleid en de maatschappelijke debatten kan ondersteunen.

Projectsamenvatting

Achtergrondinformatie

Voor een doeltreffende preventie van gezondheidsproblemen en andere gevolgen van middelengebruik is informatie nodig over de kenmerken en patronen van het gebruik, alsmede gegevens over de daarmee samenhangende problemen.

Wanneer personen met drugs- of alcoholproblemen echter in contact komen met gezondheidswerkers vormen de verzamelde gegevens de voornaamste informatiebron over de epidemiologie van drugs. De indicator van de behandelingsaanvragen (TDI) werd dus aangenomen en gestandaardiseerd als epidemiologische indicator in de Europese Unie voor rekening van het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving (EMCDDA). Dankzij deze indicator zijn de kenmerken, het risicogedrag en de druggebruikspatronen van de patiënten die voor hun drugsgebruik worden behandeld, beter gekend. Deze indicator laat ook toe (idealiter in combinatie met andere indicatoren) de tendensen te volgen in de duur en de wijzen van het drugsgebruik.

Er is een gemeenschappelijk Europees protocol voor gegevensverzameling ontwikkeld, dat in de loop van de tijd is verbeterd. Sinds 2000 heeft het EMCDDA de datarapportering van de lidstaten van de Europese Unie geïmplementeerd en met de lidstaten formele afspraken gemaakt om de gegevensverzameling en -rapportering van nationaal naar Europees niveau te stimuleren en te faciliteren. Tegenwoordig verzamelt de indicator de gegevens in 30 landen (28 lidstaten van de Europese Unie, Noorwegen en Turkije) en levert deze informatie over bijna 500.000 patiënten per jaar.

In 2011 begon de TDI-gegevensverzameling in België, toen alle ministers die bevoegd waren voor gezondheid het besluit namen om een gecoördineerd registratie van behandelingsaanvragen te ontwikkelen. Voordien waren er reeds verschillende initiatieven om op verschillende niveaus (gewest, stad, groep van centra, enz.) informatie te verzamelen over de behandelingsaanvragen voor drugsproblemen. Deze registratievormen waren echter té uiteenlopend vanuit een methodologisch standpunt om een coherent nationaal beeld van het fenomeen te verschaffen. Daarom werd geopteerd om een specifiek nationaal protocol te ontwikkelen.

In dit nationale protocol werd Sciensano aangesteld als coördinator van de registratie. Sciensano werd bovendien gevraagd om flexibele, beveiligde technische middelen te ontwikkelen om de gegevensregistratie mogelijk te maken met het oog op de nationale privacywetgeving. Sinds het registratiejaar 2015 werd dit protocol geüpdatet met de noodzakelijke wijzigingen die het gebruik van het derde Europese protocol met zich meebrengt.

Methodologie

De Belgische TDI-registratie probeert de informatie over elke behandelepisodes dat door een patiënt is begonnen in een behandelingscentrum voor zijn of haar gebruik van alcohol of illegale drugs te verzamelen.

Definities

  • Een patiënt is elke persoon, zonder enige beperking op basis van leeftijd of nationaliteit, die een face-to-face contact heeft met het behandelingscentrum voor zijn of haar middelengebruik.
    Personen die telefonisch, per brief of via het internet in contact zijn met een behandelingscentrum, of contacten die worden gelegd door familieleden van de patiënt, worden niet opgenomen in de registratie.
    Bovendien moet iedere patiënt om privacyredenen worden ingelicht over de registratie. In het bijzonder moet een vermelding worden gemaakt van het bestaan en de doelstellingen van het register, de coördinaten van de persoon die verantwoordelijk is voor de gegevens, de bestemming van de gegevens, het recht op toegang tot de eigen gegevens en het recht om die te corrigeren. Een patiënt kan schriftelijk weigeren deel te nemen aan deze registratie. Op dit ogenblik bestaat er geen systeem dat een systematische evaluatie toelaat van het aantal patiënten die de registratie weigeren.
  • Behandelingscentra zijn instellingen of artsen die een behandeling bieden voor een drugs- of alcoholverslaving. Deze centra bieden ambulante diensten of diensten met ziekenhuisverblijf aan, hetzij gespecialiseerd in verslavingsbehandeling, hetzij opgenomen in grotere instellingen die zich naar verschillende doelgroepen richten. Dit soort verzorging wordt soms erkend binnen een conventie met de overheid.
    Niet-professionele zelfhulpgroepen en centra die enkel een aanbod hebben van schadebeperkende activiteiten, sociale re-integratiediensten, preventiediensten of welzijnszorg worden niet beschouwd als behandelingscentra.
  • Een type behandelingseenheid is een organisatievorm van de behandeling die overeenstemt met een van de volgende categorieën:
    • Ambulante raadpleging: deze categorie omvat de Medisch Sociale Opvangcentra (MSOC), gespecialiseerde laagdrempelige hulverleningsinstellingen, en de gespecialiseerde ambulante raadplegingen waar voornamelijk individuele hulpverlening wordt aangeboden op basis van consultaties bij verschillende professionelen.
    • Dagcentrum: De dagcentra bieden naast dagactiviteiten een gespecialiseerde ambulante individuele of groepsbehandeling aan.
    • Centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG): In een CGG worden psychische en psychologische problemen van de patiënten behandeld binnen een al dan niet gespecialiseerd ambulant kader volgens een multidisciplinaire aanpak.
    • Crisis interventie centra (CIC): Een crisis interventie centrum is een laagdrempelige residentiële structuur buiten het ziekenhuis met als doel op korte termijn de crisissituatie waarin de patiënt zich bevindt te stabiliseren.
    • Behandelingsprogramma / Therapeutische gemeenschap (TG): De TG bieden een langdurig gespecialiseerd therapeutisch programma aan waarbij de bewoners binnen een groep gedurende een bepaalde tijd zelf samen verantwoordelijk zijn voor de organisatie van het gemeenschapsleven.
    • Algemeen Ziekenhuis en psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen (PAAZ) worden mensen met diverse psychiatrische problemen opgenomen waaronder ook problematisch middelengebruik. Binnen bepaalde algemene ziekenhuizen werden ook afzonderlijke gespecialiseerde psychiatrische crisiseenheden opgericht voor mensen met problemen met middelengebruik. Behandelingen in algemene ziekenhuizen zijn meestal van korte duur.
    • Psychiatrisch Ziekenhuis: De meeste psychiatrische ziekenhuizen hebben een specifieke afdeling voor de behandeling van problematisch middelengebruik. De benadering is medisch-psychiatrisch op basis van een globale individuele aanpak. De behandeling is er meestal van langere duur dan in een algemeen ziekenhuis.
  • Een behandeling wordt gedefinieerd als elke activiteit die direct gericht is op een persoon met een probleem van middelengebruik teneinde deze problemen te verminderen of te elimineren. Mogelijke activiteiten zijn o.a. detoxificatie of abstinentie, substitutiebehandeling, farmacotherapie, lange termijn alcohol- of drugsprogramma’s, psychotherapie, counseling, gestructureerde behandeling met een sterke sociale component, behandeling met medische assistentie, niet-medische interventies, specifieke behandeling in de gevangenis of interventies gericht op de vermindering van druggerelateerde schade indien ze zijn opgenomen in een gepland programma. Anders dan in het Europese protocol wordt ook alcohol in het Belgische protocol als een substantie opgenomen.
    Behandeling van de gevolgen van middelengebruik waarbij het gebruik van alcohol of drugs niet de hoofdreden is waarom hulp wordt gezocht, alsook sporadische interventies die niet zijn opgenomen in een gepland programma worden niet als een behandeling beschouwd.
  • Een behandelepisode wordt gedefinieerd als de periode tussen de start van de behandeling en het einde van de activiteiten in de context van het voorgeschreven programma. De start is het eerste face-to-face contact tussen de zorgverstrekker en de patiënt. Het einde van de behandelepisode wordt anders gedefinieerd voor ambulante dan voor residentiële patiënten. Het einde van de episode doet zich bij ambulante patiënten voor wanneer die langer dan 6 maanden niet meer naar de behandeling komen. Bij residentiële patiënten is het einde van de behandeling het moment dat de patiënt het centrum verlaat en er geen verdere opname meer is voorzien. De registratie van nieuwe behandelepisodes loopt voort over de registratiejaren heen, wat betekent dat een ambulante patiënt die regelmatig een centrum bezoekt zonder een onderbreking van 6 maanden, slecht één keer in TDI is geregistreerd, namelijk bij het eerste contact met dat specifieke behandelingscentrum.
  • De substanties die geregistreerd worden zijn de categorie van opiaten waaronder heroïne, methadon misbruik, buprenorfine misbruik, fentanyl of andere opiaten, de categorie van cocaïne waaronder poedercocaïne, crack-cocaïne of andere soorten cocaïne, de categorie van stimulantia andere dan cocaïne waaronder amfetamines, methamfetamines, MDMA of derivaten, mefedrone of andere stimulerende middelen, de categorie van hypnotica en sedativa waaronder barbituraten en benzodiazepines misbruik, GHB/GBL of andere hypnotica en sedativa, de categorie van hallucinogenen waaronder LSD, ketamine of andere hallucinogenen, vluchtige snuifmiddelen, de categorie van cannabis waaronder marihuana (plant), hasj (hars) of andere cannabis (bv. hash olie, syntetische cannabinoïde), alcohol, andere middelen hierboven niet opgenomen.
    Tabak en het gebruik van middelen voor een medische behandeling of voor andere somatische of psychiatrische redenen worden niet opgenomen in de registratie. Gedragsverslaving, zoals gokken, gamen of internetverslaving, maken ook geen deel uit van deze registratie.

De TDI-vragenlijst

De vragenlijst wordt bij voorkeur ingevuld door een hulpverlener tijdens het eerste face-to-face gesprek van een nieuwe behandelepisode.

Informatie voor professionals

Professionals die belast zijn met de TDI-registratie kunnen antwoorden vinden op de meest gestelde vragen.

Het TDI-dataregistratieplatform is toegankelijk via deze link: ehapps.wiv-isp.be/tdi

De TDI-vragenlijsten :

basis versie (voor CGGs)

RIZIV versie (voor gespecialiseerde centra)

Ziekenhuis versie (voor ziekenhuizen)

Aarzel niet om contact met ons op te nemen! Leden van de pers worden gevraagd contact op te nemen met het team voor mediarelaties van Sciensano.

Geassocieerde gezondheidsonderwerpen

Associated publications

QR code

QR code for this page URL